5

Ouderraad en TSO

Naast de leerlingen- en de medezeggenschapsraad, is er een ouderraad op school. Deze bestaat uit een groep ouders plus een vertegenwoordiger van het lerarenteam. De ouderraad stelt zich tot taak te zorgen voor de leuke kanten van de basisschooltijd.

De ouderraad een platform voor de school om in gesprek te komen met de ouders. Circa elke 6 weken vindt er een vergadering plaats bij een van de ouders. De taken van de ouderraad zijn:

    • Het (mede) organiseren van activiteiten en evenementen
    • Het dienen als intermediair tussen ouders en school

 

  • Het informeren over en betrekken van ouders bij (buiten)schoolse activiteiten
  • Het adviseren van de medezeggenschapsraad
  • Het innen en beheren van de ouderbijdragen van het schoolfonds en het toezien op de bestedingen ervan.Leden van de Ouderraad:

 

 Janine Geysen â€‹Voorzitter 

Hidde Hoogcarspel​ Penningmeester 

Jeroen van Elst 

Anne-Trije Wijsenbeek          

Kostka Eijssing contact klassenouders

Jacqueline Bosma  Schoolteam vertegenwoordiging, directeur

HUISHOUDELIJK REGLEMENT OUDERVERENIGING NICOLAAS MAESSCHOOL TE AMSTERDAM


DEFINITIES

bouwen: de onderbouw (kleutergroepen), middenbouw (groepen 3 t/m 5) en bovenbouw (groepen 6 t/m 8).
groep: groep van leerlingen van de school, inclusief de kleutergroepen.
klassenouder: de vertegenwoordiger van een klas.
MR: de medezeggenschapsraad als bedoeld in art. 3 van de Wet Medezeggenschap op Scholen.
openbaar: toegankelijk voor ouders, leden van de MR, leden van de schoolleiding, alsmede personeel van de school.
OR: de ouderraad; het bestuur van de oudervereniging.
ouders: de leden van de oudervereniging, zijnde de ouders, dan wel voogden of verzorgers van de leerlingen die van de school staan ingeschreven.
oudervereniging: de Oudervereniging Nicolaas Maesschool te Amsterdam.
school de Nicolaas Maesschool in Amsterdam.
schoolbestuur het bestuur van Stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel.
schoolfonds de gelden van de ouders die de OR beheert.
schoolleiding de leiding van de school.
statuten de statuten van de oudervereniging zoals deze luiden of van tijd tot tijd zullen luiden.


TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
Artikel 1 
De OR heeft tot taak:
1. activiteiten te organiseren, zoals evenementen voor en door de leerlingen, ouderavonden en vergaderingen;
2. te functioneren als achterban namens de ouders;
3. de jaarvergadering en eventueel andere algemene ledenvergaderingen te organiseren;
4. coördinerend en adviserend op te treden voor klassenouders;
5. het schoolfonds als goed rentmeester te beheren.

Artikel 2 
De OR is bevoegd:
1. gevraagd of ongevraagd schriftelijk advies uit te brengen aan de MR over die zaken die ouders in het bijzonder aangaan;
2. de vertegenwoordigers in de MR te adviseren over hun stemgedrag ten aanzien van voorstellen van het schoolbestuur;
3. de gelden van het schoolfonds te beheren.


SAMENSTELLING, KANDIDAATSTELLING EN VERKIEZING
Artikel 3 
1. OR-leden zijn ouder, voogd of verzorger van een of meer kinderen op school en lid van de oudervereniging.
2. De OR bestaat uit ten minste drie en ten hoogste acht leden.
3. Uit eenzelfde gezin kan niet meer dan één persoon lid zijn van de OR.
4. De OR streeft ernaar een afspiegeling te vormen van de verschillende bouwen.

Artikel 4 
1. Iedere ouder, voogd of verzorger is bevoegd zichzelf kandidaat te stellen voor de OR, mits in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3, lid 3 en 4.
2. Aan het begin van het schooljaar maakt de OR de ouders erop attent dat zij zich kandidaat kunnen stellen.
3. De OR stelt de ouders ten minste drie schoolweken voor de verkiezingen via de website van de school (en eventueel op andere wijze, bijvoorbeeld via in de school aanwezige digiborden of via email of anderszins) op de hoogte van de datum waarop de verkiezing van de leden van de OR zal plaatsvinden.
4. De leden van de OR worden benoemd volgens het bepaalde in de statuten. De besluitvorming vindt in beginsel schriftelijk plaats.
5. De jaarlijkse verkiezing (benoeming) vindt plaats in de jaarvergadering.


ZITTINGSTERMIJN EN PORTEFEUILLEVERDELING
Artikel 5 
1. OR-leden worden gekozen (benoemd) op de jaarvergadering van de oudervereniging en hebben zitting voor een periode van twee jaar zoals vermeld in de statuten.
2. In tussentijdse vacatures wordt voorzien door een algemene ledenvergadering uit te schrijven waarop verkiezingen plaatsvinden. Degene die in een tussentijdse verkiezing wordt gekozen treedt in het rooster van aftreden in de plaats van diegene die hij/zij opvolgt.
3. De kandidaat of kandidaten die bij de jaarlijkse verkiezing niet worden verkozen genieten de voorkeur om tussentijdse vacatures op te vullen.
4. Elk jaar treedt volgens een door de OR vast te stellen rooster, een aan de zittingstermijn gerelateerd deel van de OR-leden af. Een aftredende OR-lid is terstond herkiesbaar, doch maximaal voor een totale zittingsduur van zes jaar.
5. Zodra OR-leden niet langer tot de ouders van kinderen van de school behoren, worden zij geacht geen deel meer uit te maken van de OR en hun functie te hebben opgezegd.
6. Indien OR-leden binnen een termijn van één schooljaar twee vergaderingen verzuimen zonder opgaaf van redenen worden zij geacht hun functie te hebben opgezegd.

Artikel 6 
1. De OR kiest uit de gekozen of benoemde bestuursleden een voorzitter, secretaris en penningmeester, die samen het dagelijks bestuur vormen. De functies van secretaris en penningmeester kunnen in één persoon zijn verenigd. Binnen de OR worden tevens plaatsvervangers voor deze functies aangewezen. Het dagelijks bestuur is verantwoording schuldig aan de OR.
2. De voorzitter deelt de samenstelling van de OR en van het dagelijks bestuur binnen twee weken na de verkiezing mee aan de leden van de vereniging, de schoolleiding, de MR en het schoolbestuur.


WERKWIJZE
Artikel 7 
1. OR vergaderingen vinden in beslotenheid plaats, tenzij de OR anders besluit. De voorzitter van de OR kan (met name genoemde) leden van de schoolleiding, personeel van de school, leden van de MR en/of ouders uitnodigen een OR vergadering bij te wonen. Zij hebben spreekrecht maar geen stemrecht. Alleen benoemde OR-leden hebben stemrecht.
2. De OR streeft naar een optimale samenwerking met de MR. De secretaris van de OR zendt voor elke vergadering een agenda aan de MR.
3. De OR belegt jaarlijks in beginsel ten minste vijf OR vergaderingen (bestuursvergaderingen). Daarnaast roept de OR jaarlijks ten minste één algemene ledenvergadering (de jaarvergadering) bijeen (zie artikel 11).
4. De OR vergaderingen worden ten minste 14 dagen voor aanvang aangekondigd.
5. Voor OR vergaderingen wordt uiterlijk 24 uur voor aanvang een agenda rondgestuurd aan alle OR-leden en aan de in artikel 7 lid 1 genoemde genodigden.

Artikel 8 
1. De penningmeester beheert de gelden uit het schoolfonds. De penningmeester is gevolmachtigd om uitgaven te doen ten laste van het schoolfonds voor een bedrag van EUR10.000 per betaling of reeks van betalingen terzake hetzelfde doel. De penningmeester beschikt over een bankpas van de bankrekening van het schoolfonds en over de daaraan gekoppelde toegangcodes voor internetbankieren.
2. De penningmeester verzorgt de boekhouding van de oudervereniging (inclusief het schoolfonds). Per einde van het boekjaar worden de boeken van de oudervereniging afgesloten.
3. De penningmeester beheert de gelden verkregen uit de vrijwillige jaarlijkse bijdrage van de leden (het schoolfonds), alsmede gelden verkregen uit andere bronnen. De OR is over het beheer ervan verantwoording verschuldigd aan leden van de vereniging.
4. Ten minste twee keer per jaar presenteert de penningmeester een financieel overzicht aan de OR, waarvan eenmaal een tussentijds overzicht en eenmaal het financiële jaarverslag en de jaarrekening.


WERKGROEPEN EN KLASSENOUDERS
Artikel 9 
De OR kan werkgroepen/commissies instellen ten behoeve van de organisatie van activiteiten. De werkgroepen vallen onder de verantwoordelijkheid van de OR en staan onder leiding van een lid van de OR. Ook niet-OR-leden kunnen zitting nemen in werkgroepen.

Artikel 10 
1. De OR heeft een coördinerende rol met betrekking tot de klassenouders van elke klas. Voor iedere groep kan een leerkracht een beroep doen op ouders voor de ondersteuning bij buitenschoolse en extra-curriculaire activiteiten.
2. De OR is niet verantwoordelijk voor de wijze waarop klassenouders worden gekozen of benoemd; de OR is uitsluitend belast met de taak ervoor te zorgen dat er een of meer klassenouders worden aangesteld.
3. De OR draagt er zorg voor dat iedere groep over ten minste één en ten hoogste drie klassenouders beschikt.
4. Aan het begin van ieder schooljaar worden alle klassenouders door de, door de OR te benoemen, klassenoudercoördinator ingelicht over hun taken als klassenouder. De klassenoudercoördinator fungeert als schakel tussen de klassenouders en de OR.


JAARVERGADERING
Artikel 11 
1. Eenmaal per jaar belegt de OR een jaarvergadering voor de leden van de oudervereniging op school.
2. De jaarvergadering wordt rond 1 oktober van elk schooljaar gehouden, doch in ieder geval voor 15 oktober van dat jaar.
3. De jaarvergadering is openbaar. De OR nodigt alle ouders uit aanwezig te zijn bij de jaarvergadering. Voor de jaarvergadering worden ook de leden van de MR, de leden van de schoolleiding en het personeel van de school uitgenodigd.
4. De uitnodiging voor de jaarvergadering, die tevens de agenda bevat, wordt ten minste 14 dagen voor de datum van de jaarvergadering verstuurd met inachtneming van het bepaalde in de statuten.
5. De leden van de oudervereniging hebben spreekrecht en stemrecht op de jaarvergadering. Leden van de schoolleiding, van de MR, personeel van de school en eventueel andere aanwezigen die geen lid zijn van de oudervereniging hebben slechts spreekrecht.
6. De leiding van de jaarvergadering berust bij de voorzitter van de OR. Hij/zij is bevoegd de leiding over te dragen aan anderen, wanneer de omstandigheden daartoe aanleiding geven.

TUSSENTIJDS AFTREDEN OUDERRAAD/OUDERRAADSLID
Artikel 12 
1. Wanneer de helft plus één van het aantal OR-leden daartoe besluit, treedt de OR in zijn geheel af. Een dergelijk besluit kan alleen worden genomen als het aftreden is opgevoerd als punt op de tevoren opgestelde agenda van de vergadering van de OR en als een meerderheid van het aantal OR-leden bij die vergadering aanwezig is. Is een meerderheid van de OR-leden niet opgekomen, dan wordt een nieuwe vergadering belegd, die dient plaats te vinden op een tijdstip dat ligt tussen twee en drie weken na de datum van de eerste vergadering. Op de nieuwe vergadering kan het geagendeerde besluit worden genomen ongeacht het aantal aanwezigen.
2. De aftredende OR benoemt een commissie, die zorg draagt voor verkiezingen voor een nieuwe OR. In deze commissie kunnen alle ouders, met uitzondering van de leden van de afgetreden OR, zitting hebben.
3. Aftredende OR-leden zijn herkiesbaar, met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 lid 3 en 4, alsmede het overigens in de statuten bepaalde.

Artikel 13 
1. De OR kan op schriftelijk verzoek van ten minste tweederde deel van het aantal leden van de OR voorstellen een lid uit de OR te ontzetten. Op de eerstvolgende OR-vergadering wordt het tussentijds aftreden van een individueel OR-lid voorgelegd. Het besluit van de OR behoeft een meerderheid van ten minste tweederde van de aanwezige OR-leden.
2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan slechts door de OR worden gedaan op grond van het feit dat de belanghebbende de werkzaamheden van de raad ernstig belemmert dan wel de OR schade berokkent.
3. Betrokkene wordt niet eerder tot aftreden gedwongen dan nadat deze in de gelegenheid is gesteld zich mondeling of schriftelijk te verweren. Van het mondeling verweer wordt verslag gemaakt, dat aan betrokkene wordt toegezonden ter ondertekening voor akkoord. Weigert betrokkene de ondertekening dan wordt daarvan, zo mogelijk met vermelding van reden, melding gemaakt. Betrokkene stuurt het ondertekende verslag binnen veertien dagen retour, al of niet voorzien van opmerkingen.
4. Vervolgens wordt een algemene ledenvergadering bijeengeroepen als bedoeld in artikel 6.7 van de statuten om over de schorsing of het ontslag van het OR-lid te besluiten. De betrokkene wordt daartoe ook uitgenodigd. Van het uiteindelijke besluit wordt betrokkene onverwijld bij aangetekende brief in kennis gesteld. Het besluit is met redenen omkleed.

Artikel 14 
1. Ieder lid van de OR kan met opgaaf van redenen op eigen verzoek voordat zijn/haar termijn eindigt, terugtreden als lid, mits de voorzitter daarvan schriftelijk op de hoogte wordt gesteld.
2. Het OR-lidmaatschap eindigt wanneer alle kinderen van de ouder de school hebben verlaten.
3. Het OR-lidmaatschap eindigt bij overlijden van het lid.
4. Na een tussentijds vertrek van één van de OR-leden stelt de voorzitter één nieuwe kandidaat voor als vervangend lid. Deze kandidaat voldoet aan dezelfde eisen als de overige OR-leden. Hij voert tijdelijk de aan hem toegewezen functie uit onder verantwoordelijkheid van de overige leden van de OR totdat hij (of een ander) door de algemene ledenvergadering tot lid van de OR wordt benoemd. Indien, na een tussentijds aftreden van één van de OR-leden, het aantal leden nog ten minste drie bedraagt, kan de voorzitter besluiten om geen vervangend lid voor te stellen.
5. Een door de algemene ledenvergadering benoemd vervangend OR-lid treedt in het rooster van aftreden in de plaats van degene die hij/zij opvolgt.


STEMMINGEN, QUORUM EN BESLUITEN IN OR VERGADERING
Artikel 15 
1. In een OR-vergadering hebben uitsluitend OR-leden stemrecht. Ieder OR-lid heeft het recht om één stem uit te brengen. Ter vergadering overige aanwezigen, hebben spreekrecht maar geen stemrecht.
2. Een OR-lid kan zich ter vergadering door een ander lid laten vertegenwoordigen op overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht. Een lid kan daarbij slechts voor één ander lid als gevolmachtigde optreden.
3. Besluitvorming vindt in beginsel plaats op basis van consensus. Indien dit niet wordt bereikt wordt overgegaan tot hoofdelijke instemming.
4. Stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij een OR-lid voor de stemming een schriftelijke stemming verlangt. Over personen wordt schriftelijk gestemd.
5. De OR kan ook beslissingen nemen buiten vergaderingen, mits alle OR-leden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt, onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden, verslag gedaan op de eerst-volgende vergadering en dit wordt bij de notulen gevoegd.
6. In alle geschillen omtrent stemmingen waarin deze reglementen niet voorzien, beslist de voorzitter van de vergadering.

Artikel 16 
1. In een OR-vergadering kunnen slechts rechtsgeldige besluiten worden genomen indien ten minste de helft van het aantal stemgerechtigde OR-leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
2. Besluiten over zaken worden genomen bij enkelvoudige meerderheid. Bij staking der stemmen is het voorstel verworpen. Besluiten over personen worden genomen met een tweederde meerderheid.
3. Wanneer het in lid 1 genoemde vereiste aantal stemgerechtigde bestuursleden niet aanwezig of vertegenwoordigd is, wordt een tweede vergadering bijeengeroepen te houden na één dag doch binnen één week na de eerste vergadering. In deze tweede vergadering kunnen geldige besluiten worden genomen met inachtneming van het in lid 2 bepaalde ongeacht het aantal stemgerechtigde bestuursleden dat aanwezig of vertegenwoordigd is.


SLOTBEPALING
Artikel 17 
1. Dit reglement is vastgesteld op > 2013. Het vastgestelde reglement wordt ter kennis gebracht van het schoolbestuur, de schoolleiding van de school en de MR.
2. Dit reglement kan worden gewijzigd door de algemene ledenvergadering met een meerderheid van tweederde van de ter vergadering uitgebrachte stemmen. Wijzigingen worden ter kennis gebracht van het schoolbestuur, de schoolleiding van de school en de MR.
3. Dit reglement, alsmede eventuele wijzigingen, wordt door de secretaris op de website van de school geplaatst.
4. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de OR indien wettelijk en statutair mogelijk.

 

Aldus vastgesteld,

Amsterdam, 19 april 2013

 

 

Tussen Schoolse Opvang

 

1. ALGEMEEN

Sinds 2007 zijn de scholen verantwoordelijk voor de zorg en coördinatie van de Tussen-schoolse opvang (TSO) op een professionele wijze. De schoolbesturen zijn eindverantwoordelijk voor de overblijfregeling en deze staat los van de buitenschoolse opvang. De leiding is in handen van de directeur en voor het regelen van de dagelijkse gang van zaken is er een TSO-coördinator. Informatie over de bereikbaarheid van de directie en de TSO-coördinator is te vinden onder “Contactgegevens Nicolaas Maesschool”. De TSO vindt plaats in de school. Wij werken met vrijwilligers die een kleine vergoeding krijgen. Zij dragen zorg voor de opvang van de kinderen onder begeleiding van een professionele coördinator. Tussen de middag blijven alle kinderen op school over. Zij eten en drinken samen met hun klasgenootjes hun meegebrachte boterhammen en drinken. Daarna spelen zij binnen of buiten. Elke groep heeft een overblijfkracht die er op toeziet dat uw kind zijn of haar brood opeet en dat het samenspel goed verloopt. De middagpauze is vrije tijd, daarom zorgen wij voor een gezellige en ontspannen sfeer in de klas en zorgen wij voor voldoende spelmateriaal.

De pauzetijd is ingedeeld in twee delen. Groep 3 t/m 5 spelen buiten van 12.15 tot 12.40 en eten van 12.40 tot 13.00 uur. De andere groepen eten van 12.15 tot 12.40 en spelen buiten van 12.40 tot 13.00 uur. Dit zorgt voor voldoende veiligheid en ruimte voor de kinderen wanneer zij buiten spelen.

2. Beleid en kwaliteit

In de ochtend zijn kinderen op school ingespannen aan het werk en tussen de middag hebben zij ontspanning, buitenlucht en goed eten nodig. Ons doel is om kinderen een prettige, veilige en pedagogisch verantwoorde middagpauze aan te bieden, zodat de kinderen daarna weer uitgerust en opgeladen de les in kunnen.

De overblijfkrachten hebben een voorbeeldfunctie voor de kinderen. Daarvoor zijn regels en afspraken gemaakt, deze in het Tussen-schoolse opvang reglement. Uiteraard stimuleren en waarderen wij elk kind op een positieve wijze en letten wij erop dat de kinderen voldoende ruimte krijgen om hun spel te spelen. Wij vinden warmte, aandacht en respect belangrijk, zowel individueel als in de groep.
Wij hebben duidelijke regels opgesteld om aan deze pedagogische waarde te kunnen voldoen.
Kinderen worden aangesproken op ongewenst gedrag en gecomplimenteerd over gewenst gedrag.
Wanneer een kind ongewenst gedrag vertoont naar een volwassene en niet reageert op een waarschuwing kan een kind een "gele kaart" krijgen.
Dan weet het kind dat er overleg zal plaatsvinden tussen de vrijwilliger en de leerkracht en dat deze geldt als een fikse waarschuwing.
Bij de 2de keer moeten uitdelen van een gele kaart, wordt er een brief gestuurd naar de ouders. Daarin staat vermeld dat het kind door niet te luisteren naar een volwassene als straf 1 week binnen moet blijven.
Het kind wordt dan opgevangen in een extra lokaal waar ook een overblijfkracht aanwezig is.
Wanneer een kind hierna nog een gele kaart krijgt, worden de ouders uitgenodigd door de directie/coördinator om op gesprek te komen samen met het kind. In dit gesprek worden afspraken met elkaar gemaakt over gewenst gedrag.
Een gele kaart is voor een bepaalde periode geldig; van vakantie tot vakantie.
Wij hebben enthousiaste en geduldige overblijfkrachten die een veilige en vertrouwde omgeving willen bieden voor alle kinderen.

 

en wij hebben duidelijke regels. Wij werven de overblijfkrachten, begeleiden ze en zorgen voor een basiscursus die elke overblijfkracht verplicht is te volgen.

Wij hebben enthousiaste overblijfkrachten die een veilige omgeving bieden waarin elk kind zichzelf kan zijn. De schoolleiding bewaakt de kwaliteit van de opvang in samenwerking met de coördinator. Alle vrijwilligers zijn in het bezit van een VOG of te wel een bewijs van goed gedrag.

3. Pedagogisch beleid

Het pedagogisch beleid dat wij hanteren tijdens de Tussen-schoolse opvang is gebaseerd op de vier opvoedingsdoelen die binnen de Wet Kinderopvang gehanteerd worden. Het gaat daarbij om de volgende vier competenties:

1)Voldoende emotionele veiligheid

Vaste en vertrouwde overblijfkrachten die de kinderen een gevoel van veiligheid geven. Leeftijdsgenootjes en een goede omgeving.

2)Voldoende mogelijkheden voor de ontwikkeling van persoonlijke competenties

Inrichting van de ruimte en aanbod van martiaal en activiteiten.

Vaardigheden van de overblijfkrachten in het uitlokken en begeleiden van spel. Aanwezigheid van leeftijdsgenootjes.

3)Gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competentie

Sociale competentie van kinderen wordt ontwikkeld in contacten met de overblijfkrachten en leeftijdgenoten.

4) Overdracht van waarden en normen

Het stimuleren van positieve omgang en communicatie met andere kinderen. Hierbij wordt de kinderen de kans gegeven om zich de waarden en normen (de ‘cultuur’ van de samenleving) eigen te maken. Het is onder andere van groot belang dat de overblijfkrachten een voorbeeldrol vervullen en dat zij de kinderen aanmoedigen in hun sociale gedrag richting anderen. Zo worden bijvoorbeeld kinderen gestimuleerd om andere kinderen te helpen of te troosten als zij zich pijn hebben gedaan of om aan de ander excuses aan te bieden.

4. REGELEMENT TUSSENSCHOOLSE OPVANG

Bij mooi en droog weer spelen we buiten. Bij slecht weer blijven de kinderen in hun klas en spelen een spelletje, kijken tv, maken een tekening of kletsen wat.  De overblijfkracht kan dan ook een activiteit aanbieden. Tijdens het eten zitten de kinderen rustig aan hun tafel en eten hun lunch. Om het tijdens de lunch gezellig te maken zitten de kinderen vaak bij elkaar in een groepje.

Als de kinderen in de klas zijn wordt er niet gerend, gestoeid of geschreeuwd. Dit geldt ook voor het lopen op de gangen.

Zonder toestemming van de overblijfkracht mogen de kinderen de klas niet verlaten om zo het rondzwerven van kinderen in het gebouw te voorkomen. Voor het naar buiten gaan staan de kinderen in de klas in een rij en gaan op aangeven van de overblijfkracht stil naar beneden. Op het schoolplein spelen in de eerste helft van de pauze alleen de groepen 3 op het kleuterplein en in de tweede helft alleen de kleuters.

Alle andere kinderen spelen op het overige gedeelte van het plein.

Er staat altijd een overblijfkracht bij de hoofdingang, kleuteringang, de poort, en bij de witte lijn tussen het kleuterplein en het overige gedeelte. Dit laatste i.v.m. de veiligheid van de kleuters tijdens het spelen.

5. Dagelijkse organisatie

De Tussen-schoolse opvang maakt naast een gediplomeerde TSO-coördinator gebruik van de inzet van betaalde vrijwillig(st)ers (overblijfkrachten). Door de combinatie van een professionele kracht (TSO coördinator) en overblijfkrachten wordt een goede kwaliteit nagestreefd. De coördinator draagt zorg voor alle praktische zaken tijdens en rond de TSO en is ook aanspreekpunt voor de overblijfkrachten. Daarnaast begeleid de coördinator de overblijfkrachten in de omgang met de kinderen. Met de inzet van overblijfkrachten wordt gerekend met één overblijfkracht op 30 kinderen.

6. Voeding

Kinderen eten en drinken bij de TSO de door henzelf meegebrachte lunch. Mocht uw kind bepaalde allergieën hebben of een dieet volgen, dan is het van belang om de leerkracht hiervan op de hoogte te brengen. De leerkracht zorgt er voor dat deze informatie bij de TSO coördinator terecht komt.

Zorg voor een gezonde maaltijd met minimaal 2 boterhammen, fruit en voldoende drinken. Koek, snoep, chips, e.d. zijn niet toegestaan.

In elke groep zitten wel een aantal trage eters, deze kinderen zitten vaak nog lange tijd te eten terwijl de andere kinderen al aan het spelen zijn. Als een kind naar inschatting van de overblijfkrachten relatief veel brood mee heeft gekregen, wordt soms besloten dat het kind niet alles op hoeft te eten. U vindt de rest van het brood dan nog in de broodtrommel. We hanteren voor de kleuters minimaal 1 boterham en voor de ander groepen minimaal 2 boterhammen. Uitzonderingen daargelaten. Het drinken is verplicht.

7. Aanbod activiteiten en materiaal

Voor de TSO wordt jaarlijks nieuw materiaal aangeschaft, dit betreft sport- en speltmateriaal voor binnen en buiten. Zo wordt er o.a. gespeeld met springtouwen, hoepels, ballen en tafeltennisbadjes.

Op de dinsdag bestaat de mogelijkheid om bij een zangdocent te zingen. Deze vrijwilligster heeft ervaring in het geven van zangles aan groepen kinderen. De kinderen krijgen ongeveer 6 dinsdagen tijdens de pauze zangles. Daarna zijn weer nieuwe kinderen aan de beurt. Op de vrijdag hebben we een schaakdocent die les komt geven aan een groepje kinderen.

8. Evaluatie en overleg

Tenminste drie keer per schooljaar vindt een werkoverleg plaats waarbij alle overblijfkrachten aanwezig zijn. Tijdens dit overleg wordt tijd gemaakt voor het bespreken van onder andere afspraken over de taakverdeling, knelpunten, regels, opvallend gedrag van kinderen, de wensen voor de aanschaf van materialen etc. Middels dit periodieke overleg met de overblijfkrachten wordt ervoor gezorgd dat er kritisch gekeken blijft worden naar de gekozen structuur en aanpak van de Tussen-schoolse opvang en worden zaken onderling zo goed mogelijk afgestemd. Met de overblijfkrachten wordt één keer per jaar ieder afzonderlijk een evaluatiegesprek gevoerd.

De coördinator voert regelmatig overleg met de directie van de school waarbij de organisatie van de Tussen-schoolse opvang wordt besproken.

9. Communicatie met ouders

De communicatie over individuele kinderen verloopt via de TSO coördinator direct met de betreffende ouders.

Omdat de overblijfkrachten van de TSO geen direct dagelijks contact met de ouders hebben voor overdracht over gebeurtenissen, worden deze overgedragen aan de leerkracht en de TSO coördinator. De coördinator zal in overleg met de leerkracht en of directie contact opnemen met de ouders indien dit nodig wordt geacht. Daarnaast kunnen ouders altijd contact met de TSO coördinator opnemen en evt. een afspraak maken voor een persoonlijk gesprek over hun kind(eren). De coördinator is bereikbaar op maandag, dinsdag, donderdag van 9.00 -13.00 uur.

Op vrijdag van 9.00 – 16.00 uur. Contactgegevens van de kinderen en ouders worden bewaard in een map en zijn niet ter inzage voor derden. Op alle communicatie door de TSO met of over ouders en/of hun kinderen is het privacyreglement van toepassing.

10. KWALITEIT

BHV en EHBO

In geval van calamiteiten wordt het ontruimingsplan van de school gehanteerd. De coördinator is opgeleid tot BHV- er en beschikt tevens over een certificaat van “EHBO bij kinderen”. Ook de overblijfkrachten wordt gevraagd om een cursus EHBO bij kinderen te volgen.

Deskundigheidsbevordering

De overblijfkrachten moeten een basiscursus pedagogisch handelen volgen.

Klachtenprocedure

Voor het melden van klachten kunt u terecht bij de TSO coördinator en de directie van de school. De klachten zullen volgens het klachtenreglement worden behandeld.

11.  AAN- EN AFMELDEN

Het is belangrijk dat kind(eren) door de ouders afgemeld worden bij de betreffende leerkracht als zij voor, in of direct na de pauze worden opgehaald. De leerkracht geeft aan de overblijfkracht door welke kinderen er in de pauze worden opgehaald. De overblijfkracht kan dan zorg dragen voor een goede overdracht.

12. TARIEVEN EN FACTURERING

De Nicolaas Maesschool stelt zich tot doel om kwalitatief goede Tussen-schoolse opvang te bieden tegen een prijs die kostendekkend is. Er wordt als school geen winst nagestreefd.

Tarief

Het tarief voor de TSO wordt per kalenderjaar vastgesteld. Dit tarief is gebaseerd op 40 schoolweken per jaar. Het jaarbedrag wordt eenmalig in rekening gebracht en vind plaats in de maand november De tarieven per 2010 zijn:

€ 180.- over 40 schoolweken. Dat is € 1,15 per dag

Voor ouders met een inkomen op bijstandsniveau bestaat een regeling tegemoetkoming in de overblijfkosten. Deze regeling heet ‘Minima zonder marge’. Om u aan te melden voor deze regeling kunt u op de website www.nicolaasmaes.nl onder downloads en vervolgens onder formulieren aanvraagformulieren met betrekking tot deze regeling vinden. Deze formulieren kunt u samen met uw inkomensgegevens inleveren bij de directie van de school.

 

Medezeggensschapsraad

DE MEDEZEGGENSCHAPSRAAD

De Medezeggenschapsraad (MR) is het wettelijk voorgeschreven inspraakorgaan van ouders en personeel.

Formeel is de MR een onderdeel van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) voor de 21 scholen van Openbaar Onderwijs aan de Amstel. Dit is sinds de fusie een grote organisatie. De GMR telt één vertegenwoordiger per school en is er voor de inspraak op bestuurlijk niveau.

In de praktijk is de medezeggenschapsraad van de Nicolaas Maesschool de sparringpartner over het beleid op het gebied van onderwijs, buitenschoolse opvang en personeelsbeleid.

Voor een aantal onderwerpen, zoals de schoolgids en het schoolbeleidsplan heeft de MR een instemmingsrecht. Voor andere onderwerpen, zoals samenwerking met andere organisaties heeft zij een adviesrecht. Soms heeft alleen de personeelsgeleding (bijvoorbeeld over de formatie) of de oudergeleding (bijvoorbeeld over de schooltijden) een instemmingsrecht. De MR kan ook ongevraagd een advies geven.

Belangrijke onderwerpen die regelmatig besproken worden zijn bijvoorbeeld de schoolgids, de begroting, de overblijf, het cultuurbeleid en het onderwijs.

De MR is er nadrukkelijk niet voor het bespreken van individuele leerlingen.

De volledige lijst van bevoegdheden kunt u vinden in het medezeggenschapsreglement, deze kunt  u hier downloaden.

Op dit moment telt de MR drie personeelsleden en drie ouders. In principe worden zij gekozen. Dat betekent dat er verkiezingen plaatsvinden als er meer kandidaten dan plaatsen zijn.

De medezeggenschapsraad vergadert ongeveer zes keer per schooljaar. Op dit moment is dat altijd op een maandagavond.

Mocht u interesse hebben of een onderwerp waarvan u vindt dat het aan de orde gesteld zou moeten worden, dan kunt u één van de leden van de MR hierover aanspreken.

Op dit moment zijn dat:

Voor de ouders:
Joyce Leemrijse (voorzitter)
Karin Veenstra
Patrick Stoppleman

Voor het personeel:
Linda Ensink
Klaartje Bergisch
Michiel Jehee

U kunt ook een mail sturen aan  mr@nicolaasmaes.nl